In bijlage AA worden de clusters voor herlabelen beschreven. Het is daarin niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt met een aantal gebruikte termen. Kunnen jullie onderstaande vragen beantwoorden om daar meer duidelijkheid over te krijgen?
1. Als in een woning een gasketel aanwezig is en deze wordt vervangen door een warmtepomp, kan dit dan worden beschouwd als een éen-op-een wijziging (eerste cluster)?
2. Als in een woning een gasketel aanwezig is en deze wordt vervangen door een nieuwe gasketel met een warmtepomp, waardoor een hybride situatie ontstaat, kan dit dan worden beschouwd als een éen-op-een wijziging (eerste cluster)?
3. Dezelfde als 2, maar dan met handhaving van de bestaande ketel;
4. In bijlage 6b staat dat ‘systeemwijzigingen’ niet mogen worden meegenomen, in bijlage 6a staat dat ‘één op één vervangingen of wijzigingen’ wel mogen worden meegenomen. Moet het installeren van PV-panelen worden beschouwd als een systeemwijziging of als een ‘één op één vervanging of wijziging’?
5. Vallen batterijen in cluster 1?
82.1/75.1 - basis - detail
1. Nee, naast de vervanging van de opwekker kan ook de ontwerptemperatuur veranderen waardoor er sprake is van
wijzigen van installatie, cluster 6.
2. Nee, naast de vervanging door een gelijke opwekker wordt een tweede opwekker toegevoegd en kan ook de
ontwerptemperatuur veranderen waardoor er sprake is van wijzigen van installatie, cluster 6.
3. Nee, door toevoeging van een tweede opwekker kan ook de ontwerptemperatuur veranderen waardoor er sprake is van
wijzigen van installatie, cluster 6.
4. Het installeren van PV-panelen op het dak raakt geen andere invoerparameters dan die van de PV, dus dit kan onder “één
op één wijziging”. Let wel op de aanvullende voorwaarde in de BRL9500 voor PV(T)systemen. PS: Bij het installeren van
PVT-panelen kan dit invloed hebben op het verwarmingssysteem en/of tapwatersysteem, dus daar draait het wel om
cluster 6, wijzigen van installatie
5. Ja, maar let op: batterijen kunnen alleen worden toegevoegd bij herlabelen van een energielabel dat is geregistreerd op of
na 29 mei 2026 omdat de invoer van batterijen niet mogelijk is in de softwareversies waarmee labels tot 29 mei 2026 zijn
geregistreerd.
NB: wijzigingen in protocol, BRL of software mogen niet worden ingezet bij herlabelen. Herlabelen gebeurt altijd op basis van de opnamevoorschriften die van toepassing waren tijdens de oorspronkelijke registratie van het label.
25-07-2026
Wij adviseren je bovenstaand antwoord op te nemen in het projectdossier. Je mag afwijken van het antwoord mits zorgvuldig onderbouwd. Voor meer informatie over onze werkwijze verwijzen we naar https://stichtingkego.nl/over-ons/
Oude vraag en antwoord:
In bijlage A zijn de clusters beschreven voor het herlabelen zonder de woning of het gebouw opnieuw te bezoeken. Vallen zonnepanelen ook binnen één van de beschreven clusters met maatregelen die mogen worden meegenomen zonder het gebouw opnieuw te bezoeken? Geldt dat ook voor het toevoegen van een warmtepomp zodat een hybride installatie ontstaat?
82.1/75.1 - basis - detail
Voor zonnepanelen geldt het volgende: Ja, deze mogen worden meegenomen bij een herlabeling zonder het gebouw opnieuw te bezoeken. Het installeren van zonnepanelen wordt beschouwd als een één-op-één wijziging als deze geen invloed hebben op andere invoerparameters dan de invoerparameters van de zonnepanelen zelf. Wel moet daarbij rekening worden gehouden met onderstaande bepaling, opgenomen in par. 4.3.3 van de BRL9500 W/U:
Bij zonthermische en/of PV-panelen moeten er foto’s zijn, gemaakt tijdens een fysieke waarneming bij de betreffende woning of woon-/utiliteitsgebouw. Via deze foto’s stelt de EP adviseur vast of er sprake is van beschaduwing. Als er sprake is van beschaduwing, neemt de EP adviseur dit mee in de berekening. Als de foto’s geen uitsluitsel geven, moet de EP adviseur de gegevens over de beschaduwing bij de woning of het woon-/utiliteitsgebouw opnemen. De EP adviseur moet aantonen dat de panelen exclusief en fysiek zijn verbonden aan de gebouwinstallatie en de opbrengst hiervan ten goede komt aan het gebruik in de betreffende woning of het woongebouw.
Voor toevoeging van een warmtepomp aan een bestaande verwarmingsinstallatie geldt het volgende: Aanpassing van CV-ketel naar een hybride warmtepomp gaat verder dan een-op-een vervanging. Het raakt meerdere parameters, want naast vervanging van de ketel wordt er een warmtepomp als tweede opwekker, met andere energiedrager en eigen ontwerptemperatuur toegevoegd. Deze wijziging valt daardoor in de beschrijving van cluster 6, wijziging van installatie.
06-09-2024
Wij adviseren je bovenstaand antwoord op te nemen in het projectdossier. Je mag afwijken van het antwoord mits zorgvuldig onderbouwd. Voor meer informatie over onze werkwijze verwijzen we naar https://stichtingkego.nl/over-ons/
Was dit artikel nuttig?
Dat is fantastisch!
Hartelijk dank voor uw beoordeling
Sorry dat we u niet konden helpen
Hartelijk dank voor uw beoordeling
Feedback verzonden
We stellen uw moeite op prijs en zullen proberen het artikel te verbeteren