De gebruiksfunctie van een gebouw mag door de indiener worden bepaald, mits deze aannemelijk zijn voor het beoogde gebruik van het gebouw. Bij nieuwbouw hangen de eisen voor de mate van veiligheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid, gezondheid en installaties af van de gekozen gebruiksfunctie. Het is dan logisch om te kiezen voor de gebruiksfunctie die op de omgevingsvergunning wordt aangehouden.  De adviseur mag hiervan afwijken als dit goed wordt onderbouwd in het projectdossier. Voor bestaande situaties moet de adviseur een keuze maken op basis van de aangetroffen gebruikssituatie. Is het echt een woning waar zorg wordt verleend? Dan kiezen voor woonfunctie. Is het een zorgfunctie waar (tijdelijk) wordt gewoond, dan kiezen voor gezondheidszorgfunctie. Veel woonzorgcomplexen zullen een woonfunctie of meerdere woonfuncties hebben (er wordt bijvoorbeeld huur gevraagd voor de zorgwoning) eventueel met gemeenschappelijke woonruimten of utiliteitsfuncties. De keuze moet in elk geval in het projectdossier worden onderbouwd.