In het huidige praktijkhandboek staan instructies voor het bepalen van de isolatie en isolatiediktes bij nageïsoleerde (voorzet)wanden. In de praktijk wordt hier op verschillende manieren mee opgegaan. Dit verschilt niet alleen per project, maar ook per adviseur: de één pakt het vrij conservatief aan, terwijl de ander de regels uit het praktijkhandboek volgt.


Dit roept een aantal vragen op:

1.    Mag het kloppen op constructies als onderzoeksmethode worden toegepast net als voelen/kijken of er isolatie zit?

2.    Is het toegestaan om bij later aangebrachte isolatie standaard uit te gaan van een dikte van 4 tot 7 cm zoals aangegeven staat in het praktijkhandboek indien dit aan de hand van punt 3 van hoofdstuk 8.7.1.1 van het praktijkboek (dus met kloppen) vast te stellen is?

3.    In welke situaties mag het Praktijkhandboek worden gebruikt ter onderbouwing van gemaakte keuzes?

4.    Hoe dient men te handelen wanneer de bewijslast ontbreekt, maar het wel duidelijk is dat er sprake is van na-isolatie en hoe leggen we dit vast in het dossier?

5.    Onder welke voorwaarden mogen bepaalde aannames worden gedaan? Bijvoorbeeld: wanneer van binnenuit zichtbaar is dat er een geïsoleerde dakplaat met witte strips op de naden aanwezig is (samengesteld dakpaneel);

6.    Klopt de zin: “als er bij kloppen op pleister (of andere afdekking) een harde en holle klank te horen is, is er vrijwel zeker na-isolatie aanwezig” Of zou deze zin als volgt moeten zijn: “als er bij kloppen op pleister (of andere afdekking) een harde en holle klank te horen is, is er vrijwel zeker geen na-isolatie aanwezig”;

7.    Mag deze zin ook andersom gebruikt worden? Dus, als er een doffe klank te horen is, kan er vanuit gegaan worden dat er isolatie aanwezig is?

8.    Een praktijkvoorbeeld: door te kloppen op een constructie is het vastgesteld en door de doffe klank geconcludeerd dat er ook isolatiemateriaal achter is aangebracht. Mag op basis van kloppen vervolgens een dikte worden vastgesteld door middel van de meetinstructie door de totale muurdikte, gordingen, dakraam etc. op te meten ( 8.7.1.1 praktijkboek punt 3) of dient hier dan de 40 of 70mm aangehouden te worden?

9.    Mag daarnaast het renovatiejaar ook worden toegepast als door middel van de klopmethodiek is vastgesteld is dat er is nageïsoleerd (en o.a. ook de kozijnen zijn vervangen)?

82.1/75.1 - basis


Het praktijkboek geeft aanwijzingen om na-isolatie te herkennen. Het is geen richtlijn, en de tekst is daarom ook vanuit het protocol verplaatst naar het praktijkboek. Dat levert de volgende antwoorden op bovenstaande vragen op:


1.    Nee, isolatie moet visueel worden vastgesteld. Het "kloppen" kan aanwijzingen geven over of er eventueel isolatie aanwezig is, of om bijvoorbeeld een spouw vast te stellen (door bv toevoegen van een voorzetwand tegen een massieve constructie).

2.    Nee, isolatiedikte mag niet worden ingeschat.  Bij aanbouw/verbouw volg je Afb. 8.14 Beslisschema bepalen isolatiewaarde bij renovatie en aanbouw uit ISSO 82.1/75.1 

3.    Het praktijkboek geeft aanwijzingen en is geen protocol. Te allen tijde moet 82.1/75.1 worden gevolgd;

4.    Wanneer na-isolatie niet visueel vast te stellen/ te meten is en er zijn geen rekeningen/ tekeningen, dan val je terug op het originele bouwjaar van de woning. Bij aanbouw/verbouw volg je Afb. 8.14 ‘Beslisschema bepalen isolatiewaarde bij renovatie en aanbouw’ uit het ISSO protocol 82.1/75.1. " Isolatie vast te stellen" > Nee > "Bouwjaarklasse gelijk aan bouwjaar van het gebouw";

5.    Het doen van aannames is niet toegestaan. Als je kan vaststellen dat er isolatieplaten aanwezig zijn, bv Unidek platen,  en de isolatiedikte is niet vast te stellen en jaar van renovatie is niet bekend > " Neem de bouwjaarklasse volgend op de klasse van het gebouw";

6.    Zie het antwoord op vraag 1;

7.    Met kloppen kan isolatie niet worden aangetoond, en isolatiedikte mag niet worden ingeschat. Er geldt een uitzondering bij na-isolatie van een lege spouwmuur. Zie https://portaal.stichtingkego.nl/support/solutions/articles/101000543008-na-isolatie-spouw-met-onbekende-spouwbreedte

8.    Nee. De protocollen 82.1/75.1 geven in 7.1.4 Renovatiejaar nadrukkelijk het volgende aan: 

" Schriftelijk bewijs

Om de energiebesparende bouwkundige maatregelen te bewijzen, moeten facturen of tekeningen aanwezig zijn. Facturen moeten zijn voorzien van het adres of de bouwlocatie. Bij tekeningen moet je nagaan of deze overeenkomen met de werkelijk aangetroffen situatie.".  


Het EP praktijkboek geeft alleen richtlijnen om bepaalde aspecten te kunnen herkennen. Het 'kloppen op een wand' geeft een indicatie om eventueel verder te zoeken, maar als isolatie niet vastgesteld kan worden, dan moet je uitgaan van 'onbekend'. 


22-11-2025


Wij adviseren je bovenstaand antwoord op te nemen in het projectdossier. Je mag afwijken van het antwoord mits zorgvuldig onderbouwd. Voor meer informatie over onze werkwijze verwijzen we naar https://stichtingkego.nl/over-ons/